|
|
Welkom op Mulerack Levensloop, rubriek KAPITAAL Wel of niet sparen voor levensloop
door Maurice Wilbrink
Veel mensen raken verlamd van het grote aantal financiële producten dat hun wordt aangeboden. Sparen? Beleggen? Hypotheek oversluiten? Spaarloon? Koopsompolis afsluiten? Pensioen repareren? Binnenkort komt er weer een serie producten bij, die is geënt op de levensloopregeling. Wie overweldigd raakt door al dat aanbod, doet meestal niets. Want wie niet kiest, kiest ook niet verkeerd - zo redeneren velen.
De nieuwe levensloopregeling, die op 1 januari 2006 mogelijk wordt, speelt in op de toenemende behoefte van werknemers om individuele verlofrechten op te bouwen. Wie een kind krijgt, een zieke vader of moeder wil verzorgen, studieverlof wil financieren, of wat eerder met pensioen wenst te gaan, kan deelnemen aan de nieuwe regeling.
De levensloop-formule is fiscaal vriendelijk: er is een bruto belastingvrije inleg. Pas bij uitkering moet er inkomstenbelasting worden betaald. Er mag maximaal twaalf procent van het brutoloon per jaar worden ingelegd. Werknemers zijn vrij om te kiezen bij welke verzekeraar ze een levenslooprekening openen.
Pensioenfondsen en verzekeraars, die levensloopproducten ontwikkelen, denken dat de nieuwe spaarvorm een aarzelende start zal maken. Om te beginnen moet een werknemer, die kiest voor levensloopsparen, stoppen met de populaire spaarloonregeling. Tweederde van de werknemers maakt gebruik van het spaarloon. Elk jaar zal de werkgever in november aandacht hiervoor vragen: kiest u voor de levensloopregeling of voor het spaarloon? Dat het enthousiasme voor de levensloopregeling maar langzaam zal groeien, heeft ook te maken met het feit dat grote groepen werknemers, vooral de 40-plussers, hechten aan collectieve regelingen, bijvoorbeeld voor vervroegd pensioen. De levensloopregeling is juist bedacht om het heft helemaal zelf in handen te nemen. Er zit niks solidairs aan de financiering van deze regeling, in tegenstelling tot pensioen, of de verzekeringen tegen inkomensverlies als gevolg van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid.
In sommige sectoren zullen de werkgevers het gebruik van de levensloopregeling aanmoedigen, en daar zullen met name de bedrijfstakpensioenfondsen op inspringen. Levensloopsparen wordt daar een belangrijk middel om een extra prepensioenjaar te financieren. In sommige CAO's zijn daar inmiddels ook afspraken over gemaakt. Werkgevers mogen meebetalen aan de levensloopregelingen van hun werknemers. Ook de fiscus helpt mee en gunt de 'levensloper' standaard een extra belastingaftrek van 183 euro per jaar.
Voor wie is de levensloopregeling interessant? Pensioenfonds PGGM, actief in de sector zorg en welzijn, denkt dat vooral dertigers en veertigers erdoor worden aangesproken. Deze mensen, wier inkomens tien, twintig jaar hebben kunnen groeien, vragen zich wel eens af of ze geld moeten reserveren voor een periode dat ze minder willen werken. Bijvoorbeeld als de zorg voor kinderen actueel wordt. Wie zeven, acht jaar spaart, kan ervoor kiezen om gedurende twee jaar minder dagen per week te werken en kan het inkomensverlies (deels) opvangen met zijn levenslooppot.
Deze pot mag opnieuw aangevuld worden, als hij is leeggehaald. Hoeveel mogelijkheden iemands levensloopregeling biedt, is volledig afhankelijk van de vraag hoeveel hij/zij erin kan storten en hoeveel de baas wil meebetalen. Er zullen eenvoudige spaarvormen worden aangeboden, maar ook levenslooprekeningen waarop het geld wordt belegd. Wie belegt, doet er goed aan zijn levenslooppot lang aan te laten groeien. Het rendement kan dan flink toenemen en een dip in de aandelenmarkten is op lange termijn op te vangen. Wie voorziet dat hij al na een paar jaar zijn levenslooppot moet aanspreken, kan beter kiezen voor een bescheiden, maar zeker rente-effect. | GPD
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Terug naar Mulerack Levensloop
 
|